Voor huisartsen en casemanagers dementie
Wanneer overzicht verdwijnt, is regie cruciaal
Bij (beginnende) dementie ontstaat vaak een fase waarin duidelijk wordt dat iemand de regie in de toekomst niet meer zelfstandig kan voeren. Juist in die periode is het mogelijk om zaken goed vast te leggen en escalatie later te voorkomen.
Een (professionele) levensexecuteur kan uitsluitend worden benoemd zolang de cliënt wilsbekwaam is. In de praktijk is dit meestal kort na het stellen van de diagnose of bij beginnende dementie.
Het juiste moment om te handelen
Inschakeling is met name zinvol wanneer:
-
de diagnose dementie recent is gesteld
-
de cliënt nog wilsbekwaam is, maar het overzicht begint te verliezen
-
er twijfel bestaat over wie in de toekomst de regie moet voeren
-
familie betrokken is, maar geen passende gevolmachtigde kan of wil zijn
-
u als professional ziet dat tijdige vastlegging noodzakelijk is
In deze fase kan in een levenstestament een professionele levensexecuteur expliciet worden benoemd.
Wanneer het levenstestament er al ligt
Is er al een levenstestament opgesteld en ben ik daarin benoemd als (opvolgend) levensexecuteur of gevolmachtigde, dan kan mijn rol worden geactiveerd zodra de voorwaarden in het levenstestament zijn vervuld (bijvoorbeeld bij vastgestelde wilsonbekwaamheid).
Is die benoeming er niet en is de cliënt niet meer wilsbekwaam, dan is benoeming niet meer mogelijk. Dan gelden andere juridische routes.
Mijn rol in de praktijk
Als professioneel levensexecuteur neem ik de regie over binnen de grenzen van het levenstestament.
Concreet:
-
uitvoering van vastgelegde bevoegdheden
-
aanspreekpunt voor familie, zorg en instanties
-
ordening en afhandeling van financiële en administratieve zaken
-
bewaking van continuïteit en besluitvorming
Mijn rol is praktisch, uitvoerend en onafhankelijk.
Heldere afbakening
- ik verricht geen medische handelingen en vervang geen zorginhoudelijke professionals
- indien een medische volmacht is vastgelegd in het levenstestament, neem ik namens de cliënt medische beslissingen, waaronder het wel of niet voortzetten van behandeling
- besluitvorming vindt plaats in overleg met de behandelend arts en conform de vastgelegde wensen.
Dit voorkomt rolverwarring en ontlast zowel familie als zorgprofessionals.